Theater de Spiegel

‘Weet iemand waarom dit gebouw de Spiegel heet?’ Het is woensdagochtend en een groep eerste- en tweedejaars mbo-studenten ruimtelijk vormgeving staat voor ons in de foyer van een theater in Zwolle. Niemand lijkt te popelen om antwoord te geven. ‘Het heeft iets te maken met de architectuur…’ hint de jonge vrouw die hen een rondleiding gaat geven. Nog eens probeert ze reactie los te krijgen: ‘Zijn er mensen die vanmorgen van die kant zijn komen aanlopen?’ Ze gebaart met haar armen door de grote glazen gevel naar buiten. Het blijft stil.

Diezelfde ochtend geef ik deze groep studenten een workshop over scenografie. Achter in het gimproviseerde lokaal heb ik een lopend buffet aan knutselspullen klaargezet. Templates om doosjes (lees: podia) mee te vouwen, scharen, stiften, lijm, een rijk scala aan papier en stoffen, houten ijsstokjes en meer, genoeg materiaal waar de deelnemers na mijn introductie over de kracht van toneelbeeld mee gaan werken. Een student roept bij binnenkomst: ‘Gaan we knutselen? Dan ga ik me weer kind voelen.’ Ze is 16, naar mijn idee nog steeds een kind, maar bevestigt dat zij (net als zo veel anderen) het vrije knutselen ver achter zich heeft gelaten.

Ik vertel de klas hoe scenografie actief onderdeel van een verhaal kan zijn. Hoe je met een beeld betekenis geeft wanneer tekst dat niet doet. En hoe kleur, compositie, materiaal en verhouding een gevoel kunnen oproepen zonder dat daar het spel van een acteur voor nodig is. Ik leer ze de vraag die ik mezelf stel bij decor- en kostuumontwerp: ben ik rode rozen rood aan het kleuren?

Maak een decor vanuit een door jou gekozen emotie, staat er na mijn introductie op het bord. ‘En zet er als je tijd over hebt een mensfiguur in,’ voeg ik toe. Ze krijgen vijftien minuten de tijd. Ik zet een muziekje op.

Ik verwachtte dat iedereen individueel aan de slag zou gaan. Maar dat gebeurde niet. De meeste studenten werkten in tweetallen. Ik vroeg me af waarom dat gebeurde. Mijn eerste reactie was dat het net zoals hun passieve houding in de rondleiding, een uiting was van afstand nemen. Ze hebben er gewoon geen zin in, dacht ik. Maar daar kom ik op terug. Want de opdracht riep ongemak op en daar heb ik begrip voor. Het was onbekend terrein, een decor ontwerpen, laat staan vanuit emotie, dat had geen enkele student eerder gedaan. Dus in  plaats van terugtrekken zochten ze elkaar op. Het samenwerken was voor hen een actieve manier van deelnemen. Het liet me inzien dat voor deze doelgroep het spiegelen van ideeën een verbindend en daarmee belangrijk element van het proces is.

Na een kwartier liggen er 36 doosjes op tafel. Bijna zonder uitzonderingen gebruiken de studenten hetzelfde visuele vocabulaire: geel voor vrolijkheid, blauw voor verdriet, rood voor woede of angst, roze voor liefde. Bloemen, hartjes, vuur en regen passeren massaal de revue. Dat voelde als een afwijzing na mijn uitleg over rode rozen. Maar ik begreep later dat ze geen context hadden waar ze op konden reageren. In hun decors was er geen aanwezigheid van tekst, muziek of acteurs. De rozen waren wit, en ze hebben haar naar wens van de opdracht ingekleurd. Wat me wel opviel, deze visueel opgeleide studenten grijpen naar gedeelde, cultureel verankerde beeldsymbolen. Ik denk dat wanneer er weinig tijd, ruimte of veiligheid is om naar binnen te keren, er clichématige keuzes gemaakt worden. Leeftijd zal hier wellicht ook een rol bij spelen.  

Maar er waren ook uitschieters. Een volledig zwart doosje, gevuld met verfrommeld rood en goud papier symboliseerde het thema eenzaamheid. Op een ander podium stond een grote, wankelende stoel voor onzekerheid. Een stuk tule getwist door de ruimte was een golf van woede. Een student die alleen gewerkt had toonde een figuur die in een donkere grot in zichzelf gekeerd staat, omringd door lachende gezichten die van buitenaf toekijken. Deze studenten kozen voor textuur, vorm en materiaal als symbool.

Resultaten uit workshop scenografie, gegeven aan studenten Ruimtelijk Vormgeving • 2026
Antwoorden van studenten op de vraag: wat neem je mee?  • 2026

De opdracht vroeg om een mensfiguur in het decor te plaatsen. Sommige figuren stonden groot en centraal, vastgeplakt met lijm, anderen klein en verloren, los in de ruimte. De een verbeeld als een stok-poppetje en andere haast natuurgetrouw in een specifieke pose. De verhouding tussen figuur en omgeving zegt iets over hoe de mens ruimte inneemt ten opzichte van de gekozen emotie. Sommigen hebben de mens belangrijk gemaakt, anderen hebben haar een camouflerend kostuum gegeven.

We interpreteerden klassikaal een aantal gemaakte decors. Tot slot vroeg ik: ‘Wat neem je mee? Schrijf het op een post-it.’ Ik kreeg er 53 terug. Ik concludeer een aantal thema’s:

Inzicht over decorontwerp: “Ik ben meer te weten gekomen over wat decor inhoudt.”, “Hoe het decor eruit ziet is heel belangrijk!”

Inzicht over het maken zelf: “Op gevoel af gaan en niet te lang denken.”, “Snel keuzes maken.”, “Met weinig kennis kan je nog steeds creëren, blijf doorgaan.” Ze beschrijven hoe het knutselen hen hielp bij het verwoorden van gevoel. 

Inzicht over interpretatie: “Dat mensen dingen anders kunnen interpreteren dan jij het ziet.” Hier beschrijven ze het besef dat betekenis ook word gevormd in de blik van de ander. 

Inzicht over emotie: “Je hebt weinig woorden nodig om emoties te uiten.”,”Je kunt niet altijd precies maken wat je wil.”,  “Beeld spreekt net zoveel als woorden.” Hier bevestigen ze mijn stelling: ze ontdekken door te doen dat beeld kan spreken zonder woorden.
Twee post-its waren te eerlijk om niet te benoemen: “Duidelijk dat deze richting niks voor mij is.” en “Leuk, maar niet heel leerzaam.” Ruimte innemen betekent ook kunnen vaststellen wanneer iets niet voor jou is.

*

‘Op een zonnige dag als deze wordt de stad weerkaatst in de glazen gevel. Een mooi gebaar van de architect die begreep dat theater het publiek een spiegel wil voorhouden.’ De rondleidster geeft het antwoord weg. Ondanks de passieve uitstraling, misschien ietswat onvrijwillig en zeker ook onzeker keken ze die dag allemaal in dezelfde spiegel. En ik keek ook. “Ik kreeg het gevoel dat je veel liefde hebt voor wat je doet. Het straalt van je af.” schreef een student op een post-it. Het raakt me omdat het klopt. Deze ochtend gaf me energie. Het herinnerde me aan waarom ik dit graag doe. Kennis overdragen vind ik mooi. Maar iets losmaken in oprecht contact, is wat ik echt wil en zoek. Ruimte maken om ruimte te maken. En (als het goed gaat) elkaar dan kunnen spiegelen.